Werkkampen

In de schets van de geschiedenis van Drenthe tijdens de Tweede Wereldoorlog is al uit de doeken gedaan dat er drie soorten kampen in oorlogstijd waren. De werkverschaffingskampen uit de jaren dertig, de NAD-kampen en kamp Westerbork. Van de groep werkverschaffingskampen bestaan geen noemenswaardige resten meer. Dat geldt niet voor de NAD-kampen, waarvan op drie plaatsen nog sporen werden aangetroffen. Het voormalige kamp Westerbork is uiteraard een verhaal apart.

Resten Kamp Westerbork
De restanten van het kamp scoren stuk voor stuk hoog: de aardappelbunker, de SS-bunker, de woning van de kampcommandant en de waterzuiveringsinstallatie. Al deze objecten zijn beschermd, als provinciaal en rijksmonument. Ook de gedenkmonumenten in het kamp verdienen een hoge waardering als illustratief spoor over de Tweede Wereldoorlog. Het nationaal monument van Ralph Prins met de omhooggebogen rails uit 1970 is typerend voor de gedachtevorming rond de joodse tragedie en de omgang met de resten van het voormalige kamp in die tijd. Typerend is ook dat het enige monument dat tot 1970 op het kampterrein stond het zogenaamde ‘verzetsgraf’ was. In september 1943 waren de lichamen van een groep gefusilleerde verzetsstrijders gecremeerd in het crematorium van het kamp en daarna vlakbij begraven. Op initiatief van de Oorlogsgravenstichting werd in 1949 een grafsteen/gedenkmonument geplaatst ter herinnering hieraan. Anno 1999 is het moeilijk voorstelbaar hoe die plek met zoveel geschiedenis in 1949 nog volop in gebruik was en dat er eerst en alleen een monument ter herinnering aan een tiental verzetsslachtoffers werd geplaatst.

Begin jaren negentig is het kampterrein heringericht, om tegemoet te komen aan de wens bij bezoekers tot grotere herkenbaarheid van het terrein. Zo werd de plaats van de vroegere barakken zichtbaar gemaakt middels verhogingen van het talud en werden ‘barakresten’ geplaatst. Tezamen met twee nieuwe gedenkmonumenten verhogen deze ingrepen het monumentale karakter van het voormalige kampterrein.  

Het monumentale karakter van de sporen op het voormalig kampterrein van kamp Westerbork waren al voor het begin van dit project onderkend. Zo zijn verschillende objecten op het terrein inmiddels beschermd als rijksmonument. Ook dit project laat – natuurlijk uiteraard - zien dat het voormalig kampterrein zeer waardevol is als oorlogsspoor. Naast de resterende objecten zij hierbij opgemerkt dat de oprichting(jaren) van de gedenkmonumenten een goed voorbeeld zijn van de mentaliteit en van de ontwikkeling die het denken over de thema’s jodenvervolging en Tweede Wereldoorlog hebben doorgemaakt. Hierover leest u meer bij de bespreking van de geïnventariseerde gedenkmonumenten.

NAD-kampen: resten in Gasselte en Ten Arlo
In Gasselte bestaan resten alleen nog uit ‘oneffenheden’ op het voormalig kampterrein: resten van vijvers en opgeworpen zandheuvels. Door de onherkenbaarheid hebben deze weinig illustratieve waarde. Dit in tegenstelling tot de situatie rond het voormalig NAD-kamp Ten Arlo (bij Zuidwolde). De barakkenopstelling is hier ongewijzigd aanwezig. Zo kan bijvoorbeeld ook het ‘kampplein’ nog goed herkend worden. De meeste barakken, hoewel nog in dezelfde vorm, zijn echter totaal verbouwd. Wat  tijdens het inventarisatieonderzoek restte, was ongeveer “anderhalve” originele barak, de reinwaterkelder en de kolenopslag van het voormalige kamp. De barak was echter in zeer slechte staat. Er waren toen al plannen het noordelijk gedeelte van het terrein (het gedeelte waar genoemde originele resten op staan) te verkopen. Daarop zou woningbouw gerealiseerd worden. Een poging bescherming als rijksmonument voor de resten te verkrijgen, bleek niet mogelijk, omdat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg nog geen criteria heeft ontwikkeld aan de hand waarvan bepaald kan worden of een object uit deze periode beschermenswaardig is. Ook konden de oorlogssporen niet verwerkt worden in de nieuwbouwplannen. Daarom is in overleg met de gemeente en de nieuwe eigenaar besloten dat de originele sporen van het NAD-kamp gesloopt zouden worden. V??r die tijd kreeg het Steunpunt de kans de objecten te documenteren. Zo is ook een fotoserie van de resten gemaakt door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.
 
NAD/joods werkkamp Vledder
Ook in Vledder bevinden zich nog resten van een voormalig werkkamp. Dit kamp heeft een merkwaardige geschiedenis gehad. Het werd oorspronkelijk in 1941 gebouwd als NAD-kamp, maar werd niet als zodanig gebruikt. In de beginmaanden van 1942 verbleven hier joodse mannen, die op 2 oktober 1942 naar Westerbork werden gevoerd. Daarna kwam het kamp wel voor de Nederlandsche Arbeidsdienst in gebruik. Anno 1999 rest van het kamp nog één barak.
Het gaat hier om een langwerpige barak, die echter in de loop der jaren wel volledig verbouwd is. Voor de barak is een klein monument geplaatst ter nagedachtenis aan de groep joodse mannen die hier in 1942 verbleef. Omdat de barak niet bepaald gaaf is en de overige barakken van het kamp al afgebroken zijn, heeft het weinig illustratieve waarde. De resten van het voormalige werkkamp hebben wel een grote emotionele waarde voor nabestaanden van de joodse mannen die hier in 1942 werkten. Daarnaast geldt dit ook voor nabestaanden van een groep (bij Doldersum) gefusilleerde jongens, die in dit kamp in 1944 een half jaar voor de Nederlandse Arbeidsdienst werkten. Zij komen eens per jaar naar deze plek om de fusillade te herdenken.
 

Voormalig pomphuis bij Diever
Bij Diever werden in de jaren dertig twee kampen vlak naast elkaar gebouwd. Ook zij herbergden in 1942 een groep joodse mannen, die in de nabije omgeving aan het werk werden gezet. Het enige resterende gebouw uit de oorlogsperiode is het voormalige pomphuis, dat ook nog volledig is verbouwd en uitgebreid (objectnummer 252). Het heeft daarom een lage waardering gekregen.

De kampen voor werkelozen, dwangarbeiders én a-sociale gezinnen
De resten van werkkampen zijn niet alleen interessant als oologsspoor, maar ook als illustratie van de werkverschaffingspolitiek in de jaren dertig en tevens als illustratie voor het overheidsbeleid in de jaren vijftig ten aanzien van maatschappelijk onaangepaste gezinnen. In de jaren dertig werden op allerlei plaatsen in Nederland werkkampen gebouwd ten behoeve van werkverschaffingsprojecten. In Drenthe vonden ook veel van deze werkverschaffingsprojecten plaats. Voorbeelden daarvan waren ontginning en bosaanplant. De provincie leende zich daar uiteraard uitstekend voor.

Na de Tweede Wereldoorlog – hoewel dit beleid al in de oorlogsperiode zelf op gang was gekomen – was het sociale beleid van de Nederlandse rijksoverheid op het terrein van zogenaamde maatschappelijk onaangepaste gezinnen (ook wel ‘a-sociale gezinnen’ genoemd) gericht op isolatie van deze gezinnen uit de maatschappij. Zij kwamen in de voormalige werkverschaffingskampen en NAD-kampen terecht, waar hun heropvoeding ter hand werd genomen. Later kwam dit beleid zeer ter discussie te staan. Eind jaren vijftig werd er een eind gemaakt aan genoemde politiek. De schaarse resten van al deze kampen in Drenthe en de moeite om resten te bewaren voor de toekomst (Ten Arlo) tonen overigens aan hoe kwetsbaar deze categorie is.